
19 januari. Met enorme ogen en een hartverscheurend gemiauw keek ons pluizige nieuwe huisgenootje ons aan door de openingen van zijn reismand. Het prijsstickertje zat er nog op toen we terugreden uit Werkendam. Lodewijk, een hypoallergene sibeer, was net 15 weken oud en kwam uit een nestje van vier. Volgens de cattery was hij de rustigste van het stel; een écht knuffeldier. Precies wat we zochten.
Eenmaal thuis bleek het portet te kloppen. Het kleine beestje was nergens liever dan op een warme schoot of naast je onder de dekens wanneer je in bed lag. Lodewijk was in niks een standaardkitten. Verhalen van katjes die bankstellen versnipperen of ‘s nachts gaan rondspoken gingen niet over hem. Hij lag, hij spinde en hij at een beetje.
Na vier dagen merkten we dat Lodewijk wat zachte ontlasting had en minder at dan hij zou moeten. Stress van de verhuizing misschien, maar uit voorzorg toch een eerste date gepland met mevrouw dierenarts. Na een tweetal vruchteloze kuurtjes, gevolgd door een bloedonderzoek kregen we de diagnose waar iedere katteneigenaar zélf diarree van krijgt: FIP. “Bij deze diagnose is het nooit te vroeg om te euthanaseren,” aldus de dierenarts.
Dat konden we niet. Niet nú. Lodewijk lag immers nog altijd graag op schoot, verzorgde zichzelf en ook zijn ontlasting was inmiddels weer gooibaar. Toen na een mooi gebed van mijn schoonouders het beestje plots begon te eten als nooit tevoren groeide onze hoop. Zou Lodewijk de eerste kat worden die FIP de vinger geeft? Zat de diagnose ernaast?
De weken erna hebben we veel thuis gewerkt om zijn toestand in de gaten te houden. Zijn eetlust verminderde weer en hij had niet meer de energie om op de schoten te springen waar hij nog altijd het liefst was. Toch leek hij ook nog veel te genieten en dus spraken we af pas te euthanaseren zodra hij ons niet meer zou opzoeken of onder de 1 kilo zou duiken.
Om 15:00 uur vandaag kreeg hij een insult tijdens een dutje op Sanne’s vertrouwde schoot. Het zieligste dat ik ooit van zo dichtbij moest meemaken. Het onvermijdelijke spuitje volgde twintig minuten later bij de weekendpost. We zijn blij dat we er allebei waren toen het nodig was; voor hem en voor elkaar.
Vanmiddag hebben we hem begraven in het nabijgelegen bos met een mooie lelie bij zijn graf en een flinke L in de dichtstbijzijnde boom. Sorry boom.
Lodewijk was een kleine bikkel. Nauwelijks gegroeid sinds de dag dat we hem kregen, maar een strijder tot op het bot. Geen kat zal hem vervangen, maar met zo’n naam kan opvolging niet uitblijven. Lodewijk II, je troon staat klaar.
Nu afscheid nemen van alles dat Lodewijk was. De brokjes in bed, de kleedjes her en der. Bij alles rollen de tranen. Rust zacht lieve Lodewijk. Je bent de beste.